Sportviszone
![]()

Herkenning:
De iris van het oog is oranje gekleurd (1). De vinnen
(aangegeven is de rugvin) zijn bolrond (2). er zijn 2
korte bekdraden aanwezig (3). Onder de dikke slijmhuid
bevinden zich op de zijlijn 95-120 kleine schubben.
Verspreiding Algemeen:
Zeelt komt voor in wateren met veel plantengroei
en een zachte bodem.
Voedsel:
Bij voorkeur slakjes, wormpjes en insectenlarven.
Bescherming:
Opgenomen in de Visserijwet.
Familie indeling:
Karperachtigen; Cyprinidae
Wetenschappelijke naam:
Tinca tinca
Buitenlandse namen:
Schleie (D)
Vindplaats:
De zeelt leeft in langzaam stromend water,
in dode zijtakken en in bochten met modderige bodem met veel plantengroei.
Ze worden ook in karpervijvers uitgezet. We vinden ze ook in het oostelijk
deel van de Oostzee. In Nederland komt ze algemeen voor in stilstaande
en langzaam stromende wateren met veel plantengroei en zachte bodem.
Uiterlijk:
De zeelt is een gedrongen karperachtige met kleine
schubben, die zeer vast in de huid zit. In de mondhoeken zit een korte, dunne
baarddraad. Hij heeft opvallend kleine oranjegekleurde ogen. De rug is bruingroen,
de zijkanten glinsteren goudachtig, de buik is wit. Ze zijn voorzien van een
dikke slijmlaag. De zeelt behoort tot de weinige vissen, waarbij we op het eerste
gezicht kunnen zien, met welk geslacht we te doen hebben. De mannetjes hebben
langere buikvinnen dan de vrouwtjes, met een sterk verdikte tweede vinstraal.
Grootte:
De zeelt kan tot 65 centimeter lang worden. Een grote
zeelt is langer dan 50 centimeter en zwaarder dan 4 pond. Zeelten van rond de
9 pond zijn een zeldzaamheid.
Het Nederlands record stamt uit 1983; 9 pond en 475 gram.
Voortplanting:
De zeelt is na ongeveer drie à vier
jaar geslachtsrijp. De paaitijd ligt tussen mei en juni.
Het aantal eieren is erg groot. Als het bijzonder koud of warm is, houdt de vis
'op met eten' en graaft zich in de modder in. Ook kan de zeelt goed tegen weinig
zuurstof in het water. In Noord Duitsland, in Frankrijk en in nog een paar landen
wordt zeelt als een delicatesse beschouwd, en ze hebben daardoor veel handelswaarde.
Voeding:
De zeelt houdt zich meestal op bij de bodem en het
hoofdvoedsel vormt kleine bodemdiertjes.
zeelt - Tinca tinca
![]()
