Sportviszone
Een vers gevangen en in olie gebakken schar
is voor veel bewoners van de kuststreek het lekkerste wat de zee zo ongeveer
te bieden heeft. Toch geldt voor het overgrote deel van visetend Nederland
dat het water ze pas in de mond begint te lopen, wanneer ze aan tong denken.
Iedereen -ook degene die niet vist- heeft wel eens een overheerlijke gebakken
tong en een tongrolletje geproefd. Het is dan ook niet vreemd dat de tong een
gewaardeerde visserijbuit is. Gelukkig komt de tong ook algemeen langs onze
kust voor en valt er met de hengel en wat geluk soms goed tong te vangen.
Tong heeft een voorkeur voor relatief ondiep water met een zand- of modderbodem.
Het is ook een vis die vooral in het warme jaargetijde actief is. Bij het naderen
van de winter zakt de tong naar dieper water af en stopt met eten. Deze donkerbruine,
langgerekte platvis, die algemeen voorkomt in de Atlantische Oceaan, de Noord-
en Oostzee en de Middellandse Zee, kan naast de typerende lichaamsvorm ook makkelijk
worden herkend aan de tastdraadjes, die zich onder aan de bek bevinden. Verder
voelt een tong ook een beetje ruw aan. In vergelijking met een gladde jongen
als de schol pakt een tong 'lekker beet'.
De tastdraadjes worden gebruikt voor het opzoeken van voedsel: vooral wormen,
kreeftachtigen en schaaldieren. De tong is een echte nachtazer en hij komt overdag,
zelfs voor een kakelverse zeepier of het lekkerste stukje zager, niet snel de
grond uit.
Tong paait in het vroege voorjaar bij een watertemperatuur van ongeveer tien
graden op een diepte tussen de 20 en de 50 meter. De trek naar de paaiplaatsen
vindt 's nachts plaats. Hierbij doet zich een opvallend verschijnsel voor: de
paailustige tongen trekken niet via de bodem, maar zwemmen in grote groepen aan
de oppervlakte. Waarschijnlijk maken ze daarbij handig gebruik van oppervlaktestromingen.
Zij zijn gedurende deze 'treknachten' zowel zwemmend als drijvend waargenomen.
Wetenschappers vermoeden dat ze door een soort kompasoriƫntatie hun zwemrichting
kunnen bepalen.
De eitjes van de tong zweven vrij in het water en de larven leven 'pelagisch',
wat wil zeggen dat ze niet aan de zeebodem zijn gebonden. De jonge tongetjes
leven de eerste maand als gewone visjes, waarna ze bij een lengte van anderhalve
centimeter de 'platvisvorm' aannemen en definitief de bodem opzoeken. De Waddenzee
is een van de belangrijkste kraamkamers voor opgroeiende tongen uit het Noordzeegebied.
Tongen kunnen maximaal 27 jaar oud worden en een lengte bereiken van 70 cm. Ze
zijn geslachtsrijp bij een lengte tussen de 25 en 30 cm. Door de intensieve visserij
wordt het merendeel helaas ook niet groter. De wettelijke minimummaat is 24 cm.
Door met name de culinaire bekendheid in binnen- en buitenland is de tong een
vis die in de Noordzee een geweldige visserijdruk kent. Maar ook de garnaalvisserij
dicht onder de kust in ondiep water, kost jaarlijks het leven aan massa's jonge
en ondermaatse tong. Toch is het een soort die zich tegen de verdrukking in redelijk
handhaaft in de Noordzee en zich redelijk tot goed laat vangen aan de hengel.
Waar en wanneer?
Zie je bij veel vissoorten dat de grote volwassen exemplaren meestal
ver uit de kust blijven, tongen zijn daarentegen van elk formaat vanaf de kant
te vangen. En zelfs in kniediep water kom je lappen van meer dan een kilo tegen.
Soms moet er ver worden geworpen, maar ook wordt de vis vlak bij pieren gevangen,
vaak pal achter de steenstort.
Bekende vangplaatsen zijn de Zeeuwse stranden bij Domburg en Oost-Kapelle, delen
van de Maasvlakte, de golfbrekers tussen Hoek van Holland en Scheveningen, de
Scheveningse havenhoofden en de pieren van IJmuiden. Alleen in de Waddenzee vangt
men sporadisch tong aan de hengel. De maanden mei tot en met oktober vormen ons
tongseizoen. Na zeer zachte winters wordt echter vaak al begin april tong gevangen
en het is niet uitgesloten dat deze zomervis nog in november en soms zelfs in
december te verschalken is. Hoewel er op bepaalde plaatsen en in diep water ook
best overdag tong wordt gevangen, is de bijtlust veruit het grootst tijdens de
avond, de nacht en de vroege morgen. Net als de schar is de tong meestal passief
in een ruwe zee en gedurende de periode dat de getijdenstromingen op hun krachtigst
zijn. Pas als de stroming tempert, wordt de tong actief.
Hengelmateriaal?
Tong wordt vooral gevangen vanaf pieren of havenhoofden en in de
buurt van obstakels. En dat samen met het feit dat de tong zich tijdens het binnendraaien
vaak kromt en vervolgens ineens duikt waarbij hij de nodige kracht ontwikkelt,
is het noodzakelijk een [vooral niet te korte] stevige hengel en een sterke en
snelle werpmolen te gebruiken. Kortweg dezelfde materialen waarmee noodgedwongen
ook op schar wordt gevist. Alleen omdat schar vaak van ver moet worden gehaald
en tong meer dan eens dichtbij, kan men juist voor dat vissen dichtbij de pier
met wat dikkere lijnen vissen en 35- tot 40/00 nylon en voorslagen van 50- tot
70/00 op de werpmolen spoelen.
Vlak naast een golfbreker of een pier of vanaf het strand kan ook wel eens een
spinhengel worden gebruikt, afhankelijk van de omstandigheden. Lood en onderlijnen
kunnen hetzelfde als voor de andere platvissen zijn. Een tong heeft in verhouding
tot zijn lengte echter een kleine bek en zeker wanneer hij net de maat van 24
centimeter heeft, is hij moeilijk te vangen aan de gebruikelijke platvishaken.
Daarom het advies om met haakmaten nr. 8 en 6 te vissen. En staat er grote tong
op het menu, dan kan men beter de dikkere en grotere haakmaat nr. 4 nemen. Probeer
bij die laatste haak als dat mogelijk is de haakbocht iets smaller te maken.
Verder laat de tong zich nogal eens goed vangen aan onderlijnen met extra lange
haaklijnen. Er zijn ook vissers die voor het bootvissen op deze soort zweren
bij het zogenaamde weegschaaltje, een systeem van twee metalen afhouders aan
een speldwartel, die omdat zij op gelijke hoogte hangen op een soort weegschaal
lijken. Beide haken liggen dan plat op de bodem. In lichtstromend water kiest
men voor lood met niet te lange ankers of wegklapbare ankers en anders een werpgewicht
zonder ankers.
![]()
