Sportviszone
![]()

Beschrijving:
Eerste rugvin met acht tot elf stekels, tweede rugvin met veertien tot achttien, anaalvin met veertien tot zeventien vinstralen en borstvinnen met tien tot elf door vinvlies verbonden en drie vrije stralen; 65-71 schubben op de zijlijn.
Rug en bovenzijde van de flanken lichtrood; onderzijde oranje of wit.
Borstvinnen aan de bovenzijde diepblauw met rode randen en groene stippen.
Vrij lange, spitse snuit met hol profiel; snuitput tweelobbig met kleine stekeltjes langs de rand.
Zijlijn glad met normale schubben.
De rode poon komt in de Noordzee veel minder algemeen voor dan de grauwe poon.
Rode ponen verdragen geen watertemperaturen lager dan twaalf graden Celsius.
In het voorjaar trekken ze via Het Kanaal de zuidelijke Noordzee binnen.
De meeste trekken in november via dezelfde route naar het zuiden terug.
Hun voedsel bestaat uit kreeftachtigen, bodemvissen, weekdieren, wormen en stekelhuidigen.
Rode ponen paaien van mei tot oktober op diepten van 20 tot 150 meter.
Voedsel:
Vooral kleine kreeftachtigen, maar ook kleine bodemvissen, soms borstelwormen.
Voortplanting:
Tussen april en september op dieptes van 20-50 m. In het zuiden nog enkele maanden eerder.
Een vrouwtje produceert 200.000 - 300.000 eitjes, die na bevruchting door het mannetje zo'n anderhalve week in het plankton blijven zweven.
Dan komen er 4 mm grote larven uit, die dierlijk plankton eten.
De mannetjes worden na 3 jaar geslachtsrijp, de vrouwtjes na 4 jaar.
Ze kunnen minstens 17 jaar oud worden.
Leefgebied:
Op zand-, slib- en rotsbodems. Van 5 meter diepte tot zeker 200 m. In de zomer trekken ze naar ondieper water en kunnen daarbij zelfs riviermondingen binnentrekken.
Opmerking:
Net als zijn familieleden kan deze soort een geluid maken dat geleid heeft tot de bijnaam 'knorhaan'. Er is verder nog een massa andere bijnamen, meer dan bij de meeste andere vissoorten. Dat duidt waarschijnlijk toch op een grote bekendheid.
Lengte:
Maximaal 75 cm.
Verspreiding:
Atlantische kusten van Afrika en West-Europa, Noordzee en Oostzee. Langs onze kust, voornamelijk in de zomermaanden niet ongewoon.
Chelidonichthys lucernus.

![]()
