Sportviszone
![]()

Beschrijving:
Eerste rugvin met 11-14, tweede rugvin met 15-21 en derde rugvin met 15-20 vinstralen; eerste anaalvin met 23-24 en tweede anaalvin met 16-21 vinstralen.
Bovenkant bruingroen, flanken geelgroen, buik wit. Zijlijn donker. voorste straal van de eerste anaalvin midden onder de eerste rugvin. Basis van de eerste anaalvin ongeveer even lang als de basis van de eerste twee rugvinnen samen. Zijlijn gebogen boven de borstvinnen. Onderkaak langer dan de bovenkaak. Geen kindraad. 26-27 aanhangsels aan de eerste kieuwboog.
Voor de pollak (en de schelvis) is aangetoond dat de soort goed kan horen. Als duikers op de zeebodem bezig zijn, gebeurt het niet zelden dat hun geluiden pollakken aantrekken. Ze eten voornamelijk zandspieren, haringachtigen, jongen kabeljauwachtigen en kreeftachtigen. Ze paaien in het voorjaar in diep water.
Voedsel:
kleine vis, garnalen en krabben. Naarmate ze ouder worden gaan ze steeds meer op vis als hoofdvoedsel over.
Vissen op Pollak:
Kustvissen: De meeste pollakken tot 4kg worden direct onder de kust gevangen. Rotsige steile kusten en zwaar begroeide gedeelten zijn uitermate geschikt voor verschillende vismethoden.
Zodra de "bijttijd" bij eb en schemer het hoogtepunt heeft bereikt is het vaak mogelijk pollakken met een zware spinhengel te vangen. Men gebruikt verzwaarde spinners of lepels tot 30 gram.
Laat deze zo dicht mogelijk boven de wiervelden zakken en draai deze dan zo snel mogelijk binnen. Hoe sneller hoe beter.
Komt de lepel echter te hoog dan laat men deze terug zakken en herstart het binnendraaien. Krijgt men geen aanbeten op een goed uitziende plaats, dan kan men de vissen vaak toch verleiden tot een aanbeet door een reepje vis aan de haak achter op het kunstaas te hangen .
Dit is echter eerder het signaal om een andere vismethode toe te passen. Op de lijn schuift men een rollood van ca. 30gram, waarna aan het eind van de hoofdlijn een wartel wordt geknoopt.
Hieraan komt dan weer een ca. 60cm lange onderlijn met een haak 2/0 tot 6/0, al naargelang het formaat van de aanwezige vissen.
Als aas nemen we een reepje vis van 8-10cm.
Ook nu vissen we na de worp het aas snel terug. Vissen met aas is succesvoller dan kunstaas.
Waarschijnlijk door het reukspoor en de smaak.
Komt men echter met beide bovenstaande methoden te regelmatig vast te zitten in de wiervelden, dan bied een schuifdobber uitkomst Het is dezelfde montage als hierboven, maar dan met een schuifdobber en een stoppertje op de lijn.
Men stelt het stoppertje zo af dat het aas net boven de wiervelden zweeft. Hoewel je met deze methode minder vaak komt vast te zitten, vang je er helaas ook minder mee omdat het aas minder beweeglijk is.
Polakken reageren namelijk het felst op beweeglijke, ogenschijnlijk levende en vluchtende prooien.
Levende aasvisjes zijn in dat geval wel beter, maar bijna nooit te verkrijgen of te bemachtigen.
Het is dan ook goed om weten dat een zager ook graag genomen wordt.
In tegenstelling tot zeepieren leven zagers langer en prikkelen de pollak tot aanbijten.
Verder zijn ook levende aaltjes, garnalen en kleine krabben een uitstekend aas.
Lengte:
Maximaal 130 cm.
Verspreiding:
Noord-Atlantische Oceaan, Noordzee en Oostzee. Langs onze kust voornamelijk jonge exemplaren.
Pollachius pollachius.

![]()
