Sportviszone
![]()

Beschrijving:
Eerste rugvin met 14-16, tweede rugvin met 18-22, derde rugvin met 17-20 vinstralen;
eerste anaalvin met 19-23, tweede anaalvin met 17-19 vinstralen.
Rug en flanken variabel van kleur, meestal groenbruin met talrijke olijfbruine
vlekken. Kenmerkende witte zijlijn, gebogen boven de borstvinnen. Buik is wit.
De drie rugvinnen en twee anaalvinnen zijn alle afgerond en staan dicht bij
elkaar. Eerste anaalvin begint vlak achter de eerste rugvin. Kindraad duidelijk
zichtbaar.
In Russische wateren worden verschillende ondersoorten kabeljauw onderscheiden,
in de Noordzee en Oostzee komt de ondersoort Gadus morhua morhua voor. Kabeljauw
is een zeer belangrijke consumptievis.
Kabeljauw is een koudwatersoort die een voorkeur heeft voor water rond de 10°C.
Het is in de Noordzee een algemeen voorkomende vis. Ze leven tot een diepte van
600 meter maar gewoonlijk worden ze aangetroffen op een diepte van 150 tot 200
meter. Ze jagen
op andere vis, kreeftachtigen, inktvissen en wormen.
Ze vormen scholen in ondiep water en maken beperkte tochten voor het zoeken van
voedsel en de voortplanting. De kabeljauw in de Noordzee is ernstig overbevist.
Voor de mensen die het nog niet weten; de naam gul is geen officiele naam voor
een vis, maar een woord in de spreektaal voor kabeljauw tot ongeveer 10 pond
. Het is waarschijnlijk de belangrijkste zeesportvis van Nederland en zeker ook één
van de meest belangrijkste pijlers van de commerciele zeevisserij. Gulvissen
in Nederland kun je op twee manieren doen. Allereerst natuurlijk weer van de
kant en ook weer vanuit een boot.
Wil je vissen op gul vanaf de kant, dan ben je aangewezen op de wintermaanden.
Vanaf de kant ( strand) en vanaf de pieren en strekdammen kun je je geluk gaan
beproeven. Ook hier geldt hetzelfde als voor de tong, je maakt de meeste kans
in de nachtelijke uren. Natuurlijk kun je van de kant overdag een gulletje vangen
maar echt , het valt vaak in het niet bij de nachtelijke vangsten.
Lengte:
Kabeljauw kan een lengte van 1,6 meter bereiken en 40 kg wegen.
Verspreiding:
Arctische wateren, Noordoost-Atlantische Oceaan, Noordzee en Oostzee. Langs
onze kust algemeen.
Vistechniek:
De hengel:
Voor de gul heeft men beslist een goede strandhengel nodig. Bij een
grote vis moet voldoende weerstand geboden kunnen worden. Ook moet de hengel
behoorlijk wat werpgewicht aankunnen. Bij zware wind heeft is toch al gauw
125 tot 150 gram loodgewicht nodig. De gul
moet meestal toch wel een eindje uit de kant worden gezocht. Met de hengel
moet dus goed geworpen kunnen worden. Een worp van 70 tot 80
meter is soms beslist noodzakelijk om een goede kans te maken
een gul van een behoorlijk formaat te vangen. Dit is echt niet zo moeilijk
als sommige mensen denken. Ga gewoon een keer 'droog' oefenen. Met enkel een
loodgewicht aan het einde van de lijn en met een simpele 'overheadworp', werp
je na een paar keer oefenen gemakkelijk 80 tot 100 meter .
Lijn:
Voor het gericht vissen op gul kun je het beste een onderlijn met
een zwabber of zwerflijn gebruiken. Het aas blijft constant
in de stroom dwarrelen en als er werkelijk gul in de buurt is dan geeft deze
lijn meer resultaat dan kleine onderlijntjes aan afhoudertjes. De lijn met de
zwabberaaslijn heb je in heel veel variaties. Neem vooal de aaslijn niet te licht
omdat je op een strekdam of op een pier altijd rekening moet houden met steenstort
en grote keien.Een onderlijn is meestel 1.80 meter lang en van 0.60 mm . en
de aaslijn is van 40.00 mm . Als hoofdlijnkun je gebruik maken van een 30.lbs.
Fireline van Berkley.
Gebruik wel altijd een voorslag van 60/00. Ver werpen gaat nou eenmaal
niet met een lijn van 35/00 of 40/00. Ook is de voorslag wat beter bestand tegen
slijtage, zodat we wat veiliger kunnen vissen. De rommel die toch altijd wel
op de bodem ligt, kan een dunne lijn namelijk gemakkelijk kapotschuren.
Haken:
Weer een bekend verhaal, gebruik wat je wilt, maar ik hoop dat je er wel rekening
mee houdt dat er in de muil van een knappe gul zonder enig probleem een mannenhand
verdwijnt. Neem een haak van redelijke afmeting met een ruime bocht, en het liefst
met inkepingen op de steel die het aas beletten om terug te zakken. De haken
die dan overblijven dat zijn er weinig.
De firma Mustad heeft al vele jaren de bekende baitholders, met de bekende scheve
bek en de naar binnen gebogen punt. Wil je een nog iets luxere haak dan zit
je weer in de Engelse en de Japanse hoek. ( cox and rawle , spearpoint, kamasan,
kamakatsu. )
Aas:
Geloof me, er is weinig in de zee dat een gul niet op zijn menukaart heeft staan.
Niet voor niets wordt de vis wel de stofzuiger van de zee genoemd. Zo zijn er
hele gekke dingen in de magen van de gul aangetroffen. Hier enkele voorbeelden:
bierdoppen , lipjes, elastieken, condooms, zakjes, schelpen, kapotte lampjes
en nog veel meer in de magen gevonden. We zullen waarschijnlijk allemaal op de
zeepier zijn aangewezen, omdat het makkelijk verkrijgbaar is en redelijk goedkoop.
Zagers zijn uiteraard ook een goed alternatief, maar de pier en de tap, zijn
nog steeds nummer 1.
Gul is dus een alleseter die goed te vangen is met zwarte pieren, franse tappen,
zagers, schelpdieren, krab, inktvis en diverse kleine vissoorten, ook hun eigen
soort. Vanuit
de boot boven de wrakken heeft kunstaas de voorkeur, zoals pilkers, shads, muppets
en dergelijke.
Gadus morhua
![]()
