Sportviszone
![]()

Beschrijving:
De
kleur van de hondshaai varieert van grijsgeel tot grijsrood. Typerend is de tekening:
hij heeft heel veel kleine, donkere vlekken en een aantal grotere vlekken op
de rug en de vinnen. Zijn buik heeft een lichte kleur zonder vlekken. Zijn twee
rugvinnen zijn tamelijk klein. De eerste rugvin zit tegenover of achter de buikvinnen.
De staart heeft een zeer kleine onderste lob: de Hondshaai is een echte bodembewoner.
De Hondshaai heeft 5 kieuwspleten en, net als bijvoorbeeld de Stekelrog, spuitgaten
voor de ademhaling voor als hij op de bodem ligt. Die spuitgaten zijn klein,
maar wel goed te zien. Zijn snuit is afgeknot en hij heeft grote neusgaten. Deze
neusgaten vormen een plooi die bijna bij de bek uitkomt. Deze haai heeft kleine
tanden met 3 snijpunten, die in 4 rijen staan.
Hondshaaien leven voornamelijk in minder diepe zeeën boven een zanderige
of modderige bodem. Daar zoeken ze naar voedsel. In de Noordzee komen ze vrij
algemeen voor, maar de haai vermijdt het ondiepe kustwater. Het is opvallend
hoe ver ze kunnen zwemmen; exemplaren die in de Noordzee gevangen en gemarkeerd
zijn werden later tot aan de Canarische Eilanden teruggevonden.
Hij komt vooruit door middel van s-vormige golfbewegingen, die zich over zijn
lichaam verplaatsen van kop naar staart. Hiervoor gebruikt hij zijn staart en
spieren: eerst trekken die samen aan de ene kant en dan aan de andere kant. De
spierbeweging kan maar één kant op. Hierdoor kan de Hondshaai niet
achteruit zwemmen.
Zintuigen:
Hondshaaien hebben vele zintuigen.
1. Ze kunnen zien, ook al is het zicht zoals bij wel meer bodemvissen minder
goed ontwikkeld.
2. Ze kunnen horen: laagfrequente geluiden (onder 1000Hz). De belangrijkste functie
van hun oren is echter de ruimtelijke oriëntatie in het water. In het binnenoor
zit een orgaantje waarmee ze kunnen bepalen wat boven of onder is.
3. Met het zijlijnsysteem kan de Hondshaai waterbewegingen waarnemen.
4. De Hondshaai heeft een goed ontwikkeld electroreceptor systeem: hiermee voelen
ze lichte elektrische signalen van bodemdieren die op de bodem verstopt zijn.
5. Ook de reuk is goed ontwikkeld en kunnen ze voelen, proeven en temperatuur waarnemen.
Voedsel:
De Hondshaai voedt zich voornamelijk met kreeftachtigen, schelpdieren en pieren.
Af en toe eet hij vis, zoals zandspiering en jonge haring. Hij jaagt vooral 's
nachts. Met behulp van elektrische oriëntatie sporen ze hun prooi op in
de bodem. Hiernaast eten ze ook dode vissen en allerlei soorten afval. De Hondshaai
heeft voor het bijten van zijn prooien een flexibele bovenkaak. Deze kan hij
naar voren bewegen, zodat hij zijn bek kan vergroten.
Voortplanting:
Tijdens de paaitijd, begeven de hondshaaien zich dichter bij de kust. Tijdens
de paring windt het mannetje zich om het vrouwtje heen, als een ring. De bevruchting
is inwendig, dat wil zeggen het mannetje brengt één of twee penissen
bij het vrouwtje naar binnen. Een tot twee weken later legt het vrouwtje maximaal
20 eieren van circa 6 cm groot, met een hard, hoornachtig omhulsel waaraan vier
lange, stevige, spiraalvormige draden zitten. Hiermee blijven de eieren aan de
bodem of aan waterplanten vastzitten. De holle uitsteeksels aan de uiteinden
van het eikapsel dienen behalve voor de bevestiging ook voor de zuurstofvoorziening
van het jong. De hondshaaien zetten hun eieren af in het voorjaar en de zomer.
Acht á negen maanden later kruipen er piepkleine haaitjes uit de eieren.
Lege eikapsels zijn bruinachtig en spoelen regelmatig op onze stranden aan. Het
pasgeboren haaitje draagt nog een dooierblaasje. Kort na het uitkomen beginnen
de jongen zich te voeden met kleine dieren zoals garnalen. Pas na tien jaar zijn
ze volgroeid en geslachtsrijp.
Lengte:
De Hondshaai is geen grote haaiensoort; ze worden meestal 60-80 cm lang en 5-10
kilo zwaar. Ze kunnen maximaal 1 meter lang worden.
Verspreiding:
Hij komt voor in de Noordoost-Atlantische Oceaan en in de Noordzee. Langs onze
kust minder algemeen.
Scylmiorhinus canicula
![]()
