Het weer





Info

Designed by Cas Hille 2005

Sportviszone

Beschrijving:
Rugvin met 17 tot 21 vinstralen, anaalvin met 14 tot 20; 51 tot 60 schubben van kop tot staartvin. Rug donkerblauw, flanken zilverkleurig.
Haringen kwamen in verschillende populaties in de Noordzee voor, die of in het voorjaar of in het najaar paaiden. De Doggerbank-haring is door visserijdruk verdwenen en vervangen door een westelijke haringpopulatie. Er zijn onder andere ook Ijslandse en Noorse populaties die weer andere paaigebieden hebben. Elk jaar wordt door de Europese landen vastgesteld hoeveel haring er door elk lang mag gevangen worden (vangstquota) om overbevissing te voorkomen.
Haringen paaien op grindbedden en op bodems met wier, waar stroming voorkomt. Toenemende grindwinning en overbevissing bedreigen de haringbestanden in de Noordzee.
De soorten van deze in vrijwel alle zeeën voorkomende familie van de Clupeidae zijn economisch zeer belangrijk. Ze zijn zilverkleurig en hebben vaak aan het voorste gedeelte van de buikrand stevige, scherpe schubben, die een kiel vormen. De vaak grote schubben kunnen gemakkelijk los raken, hetgeen de vissen kwetsbaar maakt voor infecties. Van de ongeveer 180 soorten van deze familie komen er vijf langs onze kust voor. Ze zwemmen rond met open bek en zeven plankton uit het zeewater met de aan hun kieuwbogen bevestigde aanhangels.

Communicatie:
Het lijkt erop dat haringen met elkaar communiceren. Ze doen dit door 'scheten' te laten. Met name in het donker wanneer ze elkaar niet kunnen zien is dit knetterende geluid te horen. Er is nog veel onduidelijk over het hoe en waarom van deze winderigheid.

Voedsel:
Haringen leven van planktondiertjes en vislarven die ze uit het water zeven. Op de kieuwbogen zitten speciale aanhangsels die de hoeveelheid diertjes die ze via hun kieuwen uit het water kunnen filteren verhogen. Grote haringen eten ook wel kreeftjes en visjes.
Zelf worden haringen gegeten door allerlei vogels, vissen, zeezoogdieren en natuurlijk door ons.

Voortplanting:
In de Noordzee leven drie populaties van haringen die op verschillende momenten paaien. Buiten het paaiseizoen leven ze door elkaar, maar tijdens deze periode verzamelt elke populatie zich op zijn eigen paaigronden. De Buchan-Shetland haringen paaien in augustus en september voor de Schotse en Shetlandse kusten. De Doggersbank haringen doen dit in het centrale deel van de Noordzee van augustus tot oktober. De Southern Bight of Downs haringen paaien tenslotte in het Engelse kanaal van november tot januari.

Op de paaigronden schieten de vrouwtjes van de hele school tegelijk kuit en worden de eitjes bevrucht door de mannetjes. De met slijm bedekte eitjes zinken vervolgens naar de bodem en hechten zich vast. Afhankelijk van de temperatuur, komen de larven, 0,5 cm groot, na 8 tot 40 dagen uit de eitjes. De larven laten zich met de zeestromingen meevoeren naar hun 'kinderkamer'. Gebieden in de Noordzee, voornamelijk aan de oostkusten van de Noordzee en in het Skagerrak-Kattegat-gebied, waar het niet te koud is en waar voldoende te eten is.

Jonge haringen (ook wel bliek genoemd) blijven de eerste 2 jaar in ondiep water. Daarna zwemmen ze naar diepere gedeelten van de zee. Vanaf hun 3de-5de jaar zijn haringen volwassen en paaien ze elk jaar. De meeste haringen worden niet ouder dan een jaar of 8, dus veel tijd om voor nageslacht te zorgen hebben ze niet.

Lengte:

54 cm, meestal niet langer dan 40 cm.

Verspreiding:

Noordelijk halfrond, Noordzee en Oostzee. Langs onze kust algemeen.

Clupea harengus


Terug>>