Het weer





Info

Designed by Cas Hille 2005

Sportviszone

De ecologie van zoetwatervissen houdt zich bezig met de relatie
tussen de vis en zijn levende omgeving (met factoren als voedsel, soortgenoten, concurrenten en roofdieren) en zijn niet-levende
omgeving (met factoren als stroming, diepte, bodemsoort, helderheid, zuurstofgehalte, zoutgehalte). Kennis
van de ecologie van zoetwatervissen leidt tot meer begrip van de
factoren die de samenstelling van de visstand in een water bepalen.

De leefomgeving van een vis moet tenminste aan een aantal voorwaarden voldoen.
Naast een voldoende waterkwaliteit om alle lichaamsfuncties goed te laten werken, heeft een vis voor het voortbestaan overwegend en in voldoende mate nodig:

1. voedsel (voor zijn conditie, zijn groei en de voortplanting)

2. schuilgelegenheid (tegen roofdieren en extreme milieuomstandigheden)

3. gelegenheid tot voortplanting (in de vorm van paaigebied
en partners).



Een vis begint zijn leven als eitje, klevend aan waterplanten of
verborgen tussen
bodemmateriaal. Na
enkele dagen tot
weken komt de vis als embryo uit het ei.
Daarna volgt een
periode, waarin het
embryo de inhoud van de dooierzak als bron voor groei en energie gebruikt. Het embryo wordt larve wanneer het over- schakelt op extern voedsel en vrij
gaat zwemmen. Als het skelet en alle organen,zintuigenen vinnen zijn aangelegd, spreken we niet meer van een larve, maar van een juveniel.

Een vis is in zijn eerste levensjaar (de periode van ei tot juveniel) het meest
kwetsbaar en afhankelijk van een goede leefomgeving.
Als de vis geslachtsrijp wordt, is hij volwassen. Met het afzetten en het
bevruchten van eieren is de levenscyclus van de vis weer gesloten.

ZONDER ZUURSTOF GEEN VISSENLEVEN.
Vissen hebben, net als landdieren, voldoende zuurstof nodig.
De hoeveelheid (opgeloste) zuurstof is in water echter steeds veel lager dan in de lucht.
Daarom hebben vissen een efficiënt en effectief ademhalingsapparaat, de kieuwen.
Waterplanten en algen zijn in stilstaand en langzaamstromend water, onder invloed van het
zonlicht, de grootste leveranciers van zuurstof in het water (fotosynthese).
In snelstromend water leveren de sterke stroming
en turbulentie (beluchting) de grootste bijdrage.



Omhoog