Sportviszone
![]()

Herkenning:
De bek is eindstandig. Boven in het oog bevind zich een rode vlek. Voorzijde
rugvin boven voorzijde buikvinnen. Op de zijlijn liggen 43-47 schubben.
Verspreiding:
Algemeen. Komt voor in allerlei watertypen.
Lengte afgebeelde vis:
16cm
Minimum maat:
heeft geen minimummaat
Dit is de meest voorkomende vissoort in de Nederlandse wateren. Een blankvoorn
heeft min of meer een torpedovorm, die aan de buik iets is afgeplat. De rug is
donker zwartgroen en de flanken zijn zilverwit met een blauwe of groene gloed.
Het oog, de staart en de vinnen zijn roodachtig; vooral de buik en borstvinnen.
Gemiddeld wordt een blankvoorn 25 tot 30 cm lang. In water met een dichte visstand
bedraagt de lengte echter meestal maar 15 tot 20 cm.
Visstek:
De blankvoorn komt overal voor. Ze leven in scholen van zo'n tien tot een paar
honderd vissen. Om voedsel te zoeken, zwemmen de kleinere vissen doorgaans dichter
bij de oever dan de grotere.
Voedsel:
Net als de brasem heeft de blankvoorn een uitgebreide menulijst. Zo eet de blankvoorn
onder meer zaden, plantendelen, insecten, insectenlarven, algen en driehoeksmosseltjes.
Hoe blankvoorn te vangen:
Blankvoorn is echt een vis voor de vaste hengel tot zeven meter lang en een licht
tuigje. Vissnoer van 12/00 millimeter, een dobber voor 1 tot 2 gram lood en haakjes
van de nummers 14 tot 18.
Voer steeds kleine beetjes lokvoer, dat niet al te zoet is. Het aas moet net
boven of net op de bodem hangen. Geschikt aas is brood, deeg, kaas, maden, muggenlarven
en zaden, zoals hennep.
Wil je met een werphengel op blankvoorn vissen, gebruik dan een matchhengel met
dobber. Gebruik 2 tot 4 gram lood, waarvan tweederde onder de dobber en de rest
tot hooguit een meter van de haak is bevestigd. Zo kan je beter werpen zonder
dat de lijn in de war komt.
Blankvoorn-Rutilus
rutilus

![]()
